Hof Nieuwlandsrust


Hofnieuwlandsrust heeft een oude pronktuin. Het siergedeelte heeft een formele aanleg en is in de grote lijnen ongewijzigd. 

Rondom de grote Walcherse steden en langs de kust verrezen eind 17e eeuw tot begin vd 19e eeuw vele imposante buitenplaatsen. De daar gemanifesteerde tuintrends waren mogelijk ook een voorbeeld voor hereboeren. Het zou zomaar kunnen dat deze tuin hiervan een voorbeeld is.

De unieke tuin is ongeveer 1500 m2 groot. Aan de noord- en westzijde wordt de tuin met grote taxusbomen beschermd tegen de straffe Zeeuwse wind. Aan de west- en zuidzijde wordt de tuin omsloten door een geschoren Zeeuwse haag, net laag genoeg om nog in de boomweide te kunnen kijken. Hoe oud de tuin precies is, is onbekend. De aanleg zal verwezenlijkt zijn in welvarende tijd.

De tuin heeft 2 functies:

-          Een sierdeel om van te genieten en mee te pronken.
-          Een groeiplek voor groenten en fruit, de zogenaamde nutsgewassen.

Het oorspronkelijke sierdeel bevindt zich in het midden. Deze is aangelegd in een formele Renaissancestijl die bestaat uit een reeks geometrische figuren met beplanting, doorsneden en kronkelende zandpaadjes. In het midden staat een antieke zonnewijzer op een oude sokkel. Aan het eind bevindt zich een houten prieeltje met een bankje. De beplanting is in de loop der jaren met de bewoners mee veranderd. Toch zijn er nog enkele oorspronkelijke planten aanwezig. Een voorbeeld hiervan is een roos die tot op heden nog niet is terug gevonden in het rozenbestand! Ook het apothekersroosje bloeit er uitbundig, evenals de medicinale pioenroos (Peonia Officinals). In de winter kleurt de tuin ( en het terrein daarbuiten) wit door de gevulde sneeuwklokjes. Dezelfde soort blijkt ook veelvuldig voor te komen op de oude begraafplaats van Nieuw en Sint Joosland.

Een oud gebruik wordt nog steeds in ere gehouden. Jaarlijks wordt een veldje “boerenproenkers” (duizendschonen) gezaaid. Een boerenbloem bij uitstek. Tot voor kort stond er een volwassen Buxusboom naast het prieeltje. Deze had een stamomtrek van ongeveer 60 cm en een kroon beginnend op 2,5 meter hoogte. Scheefgezakt vormde hij het dak van het prieeltje. Helaas kwam er einde aan zijn leven. Zijn stam werd gebruikt om er voor alle Polderdijken een typisch Zeeuws paardenmes van te laten snijden.

Nog zo een verhaal: In een hoekje van de tuin staat meekrap. Deze verfplant werd tot ongeveer 1870 veelvuldig geteeld op de Zeeuwse gronden. Door de komst van chemische verfstoffen verdween de teelt in korte tijd. Om hiervan toch wat te behouden werd een stukje in de tuin geplant, waar het tot op heden wordt gekoesterd.  Het onderhoud van de tuin werd in het verleden vaak gedaan door een oudere knecht voor wie het zware werk op het land teveel werd. Op deze manier kon hij toch in dienst blijven.