Hof Nieuwlandsrust


Beschrijving Hof Nieuwlandsrust
,

Pal aan de Oude Dijk, naast de met oude lindebomen gemarkeerde oprijlaan, staat het huis met de aangebouwde schuur. Opvallend zijn de vele oude bomen, die maken dat het huis tot op het laatste moment aan het oog onttrokken blijft. Het huis bestaat uit 2 delen. Een hoofdgebouw dat dateert uit 1787 en een aanbouw dat dateert uit 1850. Tegenover het huis ligt, onzichtbaar voor de voorbijgangers, de oude boerentuin die in Zeeland en daarbuiten bekendheid geniet. Deze tuin is aangelegd in een formele Renaissance stijl. Meer hierover kunt u lezen in het menu: ‘De Boerenpronktuin’. Naast de boerentuin is de boomwei met oude en jonge fruit- en notenbomen. Langs de rand van deze wei staan vele monumentale knotwilgen. In het verleden was dit het domein van de werkpaarden. Nu wordt de wei begraasd door de rijpaarden van de bewoners.

Achter de schuur en de oude mestput bevindt zich de grote veedrinkput. In het verleden was dit de watervoorziening voor al het vee in de winter. Momenteel wordt de put bewoond door eenden en ganzen. Grenzend aan de drinkput ligt het stapelhof, wat vroeger de opslagplaats was van de wintervoorraden veevoer, de aardappelen en de musters (takkenbossen). Hier staat ook de ‘kiemkas’. Een vooroorlogse voorziening om pootaardappelen vorstvrij te kunnen bewaren. De wanden van deze kas zijn van dubbel gewapend glas en de zolder is geïsoleerd met turf. Het oude kippenhok heeft hier ook een plekje.

Links naast het huis bevindt zich het varkenshok met de aangebouwde bakkeet. Hier zijn de oorspronkelijke varkensverblijven nog intact. Vooraan ook ‘het toilet’, waar de poepdoos stond. Compleet met het hartje in de deur voor enig daglicht tijdens het ontlasten. De bakkeet heeft enige schade opgelopen tijdens de 2e wereldoorlog, maar gelukkig is de bakoven onbeschadigd gebleven. Deze kan nog gestookt worden en bij gelegenheid gebeurd dat ook nog. Naast de bakkeet bevindt zich nog een kleine boomgaard. Hier werd de was gedaan en bevond zich de bleek en de ‘teeltuun’. Achter het erf zijn de weilanden waarin rijen bomen staan. Ze worden begraasd door jongvee en zijn omzoomd met meidoornhagen die jaarlijks geschoren worden.